Toen Sanne vorig jaar gevraagd werd om mee te doen aan de verkennende gesprekken, aarzelde ze even. “Eerlijk gezegd was ik in het begin een beetje sceptisch,” vertelt ze. “Ik dacht: veel verwijzingen in de ggz gaan al goed — zo’n 70% komt meteen op de juiste plek terecht. Gaan de verkennende gesprekken voldoende opleveren voor die andere 30%?”
Toch besloot ze het te proberen. “Ik had ruimte in mijn agenda en had al aangegeven dat ik graag wilde meedoen met de consultatiepool. Toen mijn teamleider dit project noemde, dacht ik: waarom niet?”
Breed kijken, samen leren
Sanne merkte al snel dat de verkennende gesprekken haar blik verruimden. “In de SGGZ werkte ik eerder multidisciplinair, en dat mis ik in mijn huidige, monodisciplinaire team. Door verkennende gesprekken te voeren met een collega uit het sociaal domein en aan te sluiten bij de transfertafel, ervaar ik dat multidisciplinaire werken weer opnieuw. Het samenbrengen van verschillende domeinen voegt echt iets toe aan het verkennend gesprek: er is meer kennis aanwezig over de mogelijke routes die iemand kan bewandelen.”
Ook praktisch merkt ze verschil. “Ik ervaar minder werkdruk op de dagen dat ik ingepland sta voor het voeren van de verkennende gesprekken en ik ben niet betrokken bij het vervolgtraject na het verkennend gesprek. Dat voelt even onwennig, want als behandelaar wil je iemand altijd goed ‘afleveren’. Maar het is ook verfrissend — het haalt wat druk van de ketel.”
Kleine dingen, groot verschil
Wat Sanne het meest raakt, zijn de momenten waarop kleine interventies grote effecten hebben.
“We hadden bijvoorbeeld twee hulpvragers die voor het verkennend gesprek waren aangemeld en bij wie enorm veel problematiek speelde. Uiteindelijk bleek dat hun grootste behoefte lag bij meer bewegen en zinvolle activiteiten. Vanuit het sociaal domein kwamen toen prachtige tips. Dat raakte me: hoe iets eenvoudigs als sporten zoveel verschil kan maken. Mijn belangrijkste les is dat wat aan de voordeur een ‘duidelijke ggz-casus’ lijkt, dat niet altijd is of hoeft te worden.”
De kracht van samen verkennen
Sanne ziet de verkennende gesprekken als een manier om cliënten meer eigen regie te geven.
“De kracht zit in de openheid. We hebben geen voorgekauwde richting, omdat we de casus niet kennen als we instappen. Daardoor kijken we echt onbevangen naar de mens en zijn situatie. En we maken samen inzichtelijk wat iemand zelf — of met zijn netwerk — kan doen. De hulpvrager krijgt het inzicht dat hij zelf ook al stappen kan zetten. Dat werkt motiverend. Mocht dit onvoldoende zijn, dan kijken we ook naar welke hulpverlening passend zou kunnen zijn.”
Of cliënten die kracht ook zo ervaren? “Dat weet ik nog niet precies,” zegt Sanne eerlijk. “Maar ik zie wel dat mensen meestal blij het gesprek verlaten. Dat zegt toch iets.”
Groeien met elkaar
Sanne is positief over hoe het de samenwerking rondom de verkennende gesprekken zich ontwikkelt. “De inhoud loopt goed, we hebben onze draai gevonden en de administratieve last is goed te doen. Wat beter kan, is het systeem waarin we samenwerken — dat mag efficiënter. En ik zou graag zien dat we aan de transfertafel meer expertise toevoegen, bijvoorbeeld van een GZ-psycholoog, een LVB-deskundige of iemand met kennis van ouderen.”
Toch is haar oordeel enthousiast. “In de koplopersgroep voel ik veel draagvlak en ruimte om te zeggen wat beter kan. Er wordt écht geluisterd, en wat we inbrengen, wordt opgepakt. Als koploper voel ik me goed gefaciliteerd. Mijn toolbox is uitgebreid, ik gebruik de netwerkintake ook al bij MET ggz en mijn collega’s bevragen mij al regelmatig op de sociale kaart. De verkennende gesprekken, als aanvulling op mijn reguliere taken, vergroten mijn werkplezier.”
