Skip to main content
Lees voor

Promotieonderzoek Thijs Beckers naar zorggebruik en herstel

Het idee voor het promotieonderzoek van Thijs ontstond niet in de collegebanken, maar in de dagelijkse praktijk van de geestelijke gezondheidszorg. Tijdens zijn werk in een FACT-team, dat mensen met ernstige psychische klachten behandelt, viel hem iets op dat hij niet goed kon verklaren.

Placeholder

Het idee voor het promotieonderzoek van Thijs ontstond niet in de collegebanken, maar in de dagelijkse praktijk van de geestelijke gezondheidszorg. Tijdens zijn werk in een FACT-team, dat mensen met ernstige psychische klachten behandelt, viel hem iets op dat hij niet goed kon verklaren.

Hij werkte met twee jongemannen van ongeveer dezelfde leeftijd. Beiden woonden bij hun ouders, waren halverwege de twintig en hadden op papier vergelijkbare omstandigheden. Toch was het verschil in zorggebruik groot: de ene jongeman kreeg meerdere keren per week huisbezoek, terwijl de andere slechts eens in de drie à vier weken contact had met het team.

“Ogenschijnlijk waren hun situaties hetzelfde, maar het verschil in zorggebruik was enorm. Ik vroeg me af: waar zit ’m dat in?”

Die vraag werd het startpunt van zijn promotieonderzoek.

Waarom krijgt de één veel zorg en de ander niet?

Veel mensen met langdurige psychische klachten ontvangen jarenlang zorg vanuit de geestelijke gezondheidszorg. Die ondersteuning is vaak noodzakelijk, maar langdurige zorg kan ook een keerzijde hebben. Te veel zorg kan leiden tot afhankelijkheid en minder ruimte voor eigen herstel.

Toch weten we nog weinig over waarom sommige mensen langdurig veel zorg nodig hebben en anderen niet. Bestaande manieren om zorgbehoefte te bepalen – bijvoorbeeld op basis van diagnose of symptomen – blijken vaak onvoldoende om dit verschil te verklaren.

Thijs besloot daarom breder te kijken. In zijn onderzoek richtte hij zich op factoren die in het dagelijks leven van mensen een rol spelen, met speciale aandacht voor sociale steun van familie, vrienden, kennissen en andere mensen in de directe omgeving.

Sociale steun: belangrijker dan gedacht

Voor zijn promotieonderzoek volgde Thijs bijna 300 mensen met ernstige psychische klachten gedurende vier jaar. Hij onderzocht hoe sociale steun samenhangt met het gebruik van geestelijke gezondheidszorg.

Een van de belangrijkste conclusies is dat het effect van sociale steun niet simpel of lineair is. Meer sociale steun betekent niet automatisch minder zorg, en minder steun leidt niet vanzelf tot meer zorg.

“Het werkt niet zo dat meer sociale steun altijd minder zorg betekent. Het effect is veel dynamischer.”

Wat hij wél zag, is dat sociale steun een regulerende rol speelt. Bij mensen met weinig sociale steun blijft de hoeveelheid zorg vaak stabiel, ongeacht hoe het gaat. Maar wanneer er voldoende sociale steun is, kan de zorg meebewegen met de situatie.

“Als het slechter gaat, kan de zorg toenemen. Gaat het beter, dan kan de zorg weer afnemen. Dat patroon zie je vooral als er genoeg steun in de omgeving is.”

Sociale steun maakt zorg dus flexibeler en beter afgestemd op het herstelproces.

De kracht van alledaags contact

Een belangrijk mechanisme achter dit effect zit in iets ogenschijnlijk kleins: ergens terechtkunnen. Wanneer iemand het moeilijk heeft en even een praatje kan maken met iemand uit de omgeving, kan dat voorkomen dat problemen direct bij een behandelaar terechtkomen.

“Er zit een regulerend effect in sociale steun. Als je iemand hebt om even mee te praten, kun je soms met minder professionele zorg toe.”

Sociale steun vervangt professionele zorg niet, maar kan wel voorkomen dat zorg zwaarder of langduriger wordt dan nodig.

Wat werkt (en wat niet) om sociale steun te versterken

Een logische vervolgvraag is hoe sociale steun bij mensen met ernstige psychische klachten verbeterd kan worden. Uit het onderzoek blijkt dat vaste, uitgebreide programma’s – zoals maatjesprojecten die bij andere doelgroepen goed werken – hier vaak minder effectief zijn.

Wat wél lijkt te helpen, is een persoonlijke en kortdurende aanpak. Bijvoorbeeld een sociaal werker die samen met iemand onderzoekt:

  • welke steun er al is,
  • hoe die steun beter benut kan worden,
  • en waar mogelijkheden liggen om het netwerk voorzichtig uit te breiden.

“Samen kijken: wie staat er al om je heen en hoe kun je die steun beter gebruiken? Dat lijkt effectiever dan standaardoplossingen.”

Minder maakbaar dan gehoopt

Aan het begin van zijn onderzoek hoopte Thijs een praktisch hulpmiddel te ontwikkelen waarmee hulpverleners beter konden bepalen hoeveel zorg iemand nodig heeft. Die ambitie bleek niet haalbaar.

De hoeveelheid zorg die iemand ontvangt wordt beïnvloed door veel verschillende factoren: iemands persoonlijke situatie en herstelproces, de georganiseerde zorg, informele steun, de visie van betrokken professionals zoals de huisarts, en de samenwerking tussen organisaties. Al deze factoren beïnvloeden elkaar.

“Het is simpelweg te complex om in één model te vatten waarom iemand de zorg krijgt die hij krijgt.”

Opvallend genoeg bleek de organisatie van zorg – bijvoorbeeld samenwerkingsafspraken tussen instanties – minder doorslaggevend dan vooraf gedacht. Juist het dagelijkse sociale contact blijkt vaak een grotere rol te spelen.

Sociale steun als vaste pijler in behandeling

Volgens Thijs zou sociale steun een structurele plek moeten krijgen binnen de behandeling van mensen met ernstige psychische klachten.

“We kijken logisch naar klachten en leefomstandigheden, maar sociale steun zouden we net zo goed als vast onderdeel van de behandeling moeten zien.”

Dat begint al met er aandacht voor hebben en het gesprek erover voeren. Wie zijn belangrijk voor iemand? Wie kan iets betekenen? En waar liggen kansen om steun te versterken? Alleen al die aandacht kan effect hebben.

Hoewel sommige professionals hier al bewust mee bezig zijn, zou dit volgens Thijs een vast aandachtspunt moeten zijn voor iedereen die met deze doelgroep werkt: van ggz-professionals tot maatschappelijk werkers en gemeenten.

Een boodschap aan naasten

Tot slot richt Thijs zich nadrukkelijk tot naasten en mensen in de omgeving van iemand met ernstige psychische klachten.

“Blijf betrokken. Ga eens mee naar een behandeling en probeer samen stappen te zetten.”

Ook kleine gebaren van mensen die wat verder afstaan kunnen van grote betekenis zijn.

“Vraag hoe het gaat, drink een kop koffie, help met iets kleins. Dat kan als enorme steun worden ervaren.”

Sociale steun hoeft niet groots of ingewikkeld te zijn – juist het alledaagse contact kan een wereld van verschil maken.

Promotie en proefschrift

Het proefschrift van Thijs, The complex dynamics of social support and utilisation of mental health services, is vanaf 13 februari 2026 online beschikbaar: https://thijsbeckers.com/proefschrift/

Over Thijs

Thijs werkt als verpleegkundig specialist ggz bij MET ggz, waar hij mensen met langdurige psychische klachten ondersteunt. Binnen de organisatie vervulde hij eerder verschillende functies.

Naast zijn werk in de ggz doet hij onderzoek naar herstelondersteunende zorg buiten de reguliere geestelijke gezondheidszorg, zoals herstelacademies. Ook is hij, samen met de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen, betrokken bij onderzoek aan de politieacademie naar onbegrepen gedrag. Daarnaast draagt hij bij aan de ontwikkeling van scholing voor agenten en andere professionals.

In al zijn werk staat herstelgericht werken centraal. Met zijn onderzoek wil Thijs beter laten begrijpen wat mensen met psychische kwetsbaarheden nodig hebben, en bijdragen aan ondersteuning die aansluit bij hun dagelijks leven.