Peer-supported Open Dialogue

Denken mét de cliënt in plaats van óver de cliënt. Dat is het belangrijkste kenmerk van de innovatieve behandelmethode Peer-supported Open Dialogue, ofwel POD.

Deze methode, waarbij de regie grotendeels in handen ligt van de cliënt, is ontstaan in Finland en wordt in Nederland door vijf ggz-instellingen aangeboden. MET ggz is een daarvan. Wat houdt de methode precies in en waarom is deze zo succesvol? Ervaringsdeskundige Yvonne Willems en sociaalpsychiatrisch verpleegkundige Klaas Jansen leggen het uit. 

Ieder zijn verhaal

“POD is een methode die vooral wordt ingezet voor mensen in crisis”, trapt Klaas Jansen af. “Vaak komen ze hier terecht via het IHT-team (Intensive Home Treatment-team). Zodra iemand bij ons aanklopt voor hulp, plannen we zo snel mogelijk een netwerkbijeenkomst. De cliënt bepaalt zelf wie uit zijn netwerk daarbij aanwezig is. Denk aan familieleden, vrienden, een collega, etc. Ook zijn er altijd twee hulpverleners van MET ggz aanwezig. Vervolgens vindt er een open gesprek plaats, waarin iedereen de kans krijgt om zijn verhaal te vertellen. Als hulpverleners proberen we de aanwezigen te stimuleren om hun gevoelens over de situatie onder woorden te brengen. ” Yvonne Willems vult aan: “Wat we in ieder geval niet doen, is de aandacht leggen op diagnoses of behandelingen. Dat is in POD van ondergeschikt belang. Het draait er echt om samen woorden te vinden voor wat er gebeurd is. In deze gesprekken zeggen mensen vaak dingen tegen elkaar die ze eerder niet durfden te delen. Dat lucht op en brengt mensen dichter bij elkaar.” 

Aandacht voor reflectie

Maar wat is de rol van de hulpverlener dan wél in de netwerkbijeenkomsten? Yvonne: “We begeleiden het gesprek, stellen open vragen. Soms delen we ook onze eigen persoonlijke ervaringen. We staan er niet boven, maar zijn deelnemer in de bijeenkomst. Belangrijk in de gesprekken zijn ook de reflecties. We bespreken dan als hulpverleners hoe wij het gesprek ervaren, welke emoties we zien, wat het bij ons oproept en of we ideeën hebben die mogelijk helpen. Dat doen we in de groep en hardop, dus alle aanwezigen kunnen meeluisteren en erop reageren als ze willen. Dat is zeker in het begin heel vreemd, zowel voor ons als voor de andere aanwezigen, maar het zorgt wel voor een heel open en eerlijke sfeer. De cliënt beslist vervolgens of er nog een vervolggesprek komt of niet. Zo ja, dan bepaalt hij ook weer zelf wie hij daarbij aanwezig wil hebben.” 

Goede resultaten

Deze aanpak staat haaks op de ‘normale’ gang van zaken binnen de ggz, waar juist veel met vaste structuren, behandelplannen en diagnoses wordt gewerkt. Hoe kan het dan toch effectief zijn? Klaas: “Eerlijk gezegd was ik in eerste instantie ook sceptisch. Vooral het feit dat er van tevoren niks vastligt en je niet direct werkt aan het oplossen van problemen, voelde heel onwennig. Maar de resultaten zijn heel goed. Uit onderzoek is gebleken dat POD zorgt voor minder opnames, minder medicatie en een betere en snellere participatie en/of terugkeer in de maatschappij. Cliënten zijn er heel enthousiast over. Ze hebben het gevoel hebben dat ze hun verhaal kunnen vertellen en dat er écht naar hen geluisterd wordt. Dat is voor velen al een enorme stap vooruit. Natuurlijk komt het wel eens voor dat een cliënt zelf niet in staat is om zijn woorden te geven aan wat er speelt. Dan kan het helpend zijn om het verhaal van de mensen in je netwerk te horen en mee te nemen in gedachten.”

Opleiding in Engeland

Dankzij de succesvolle ervaringen zet MET ggz POD steeds vaker in. Inmiddels zijn er dertien hulpverleners binnen de organisatie opgeleid om de bijeenkomsten te verzorgen. “Hopelijk worden dat er snel meer,” aldus Yvonne. “De opleiding vindt nu nog plaats in Engeland, maar er zijn plannen om ook in Nederland een opleiding te starten. Een aantal ggz-instellingen, waaronder MET ggz en Kenniscentrum Phrenos onderzoeken de mogelijkheden daartoe. De belangstelling is in ieder geval groot, zowel van cliënten en hun netwerk als van andere ggz-instellingen. Het is fijn dat ons enthousiasme landelijk gedeeld wordt; dat wij én anderen het belang inzien van deze verandering in de ggz.”

#

Zorg kan altijd beter. Daarom werken we aan projecten die dat mogelijk maken.